Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- samengevat - vernietiging van het verstekvonnis van 28 mei 2025 en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [geopposeerde] af te wijzen met veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van de procedure. [opposant] betwist dat hij [geopposeerde] een schadeauto heeft verkocht. [opposant] was niet bekend met enig schadeverleden van de auto. De schade moet na de totstandkoming van de koopovereenkomst zijn ontstaan. Van non-conformiteit is bovendien geen sprake. Gelet op de leeftijd en kilometerstand van de auto ten tijde van de koop, mocht [geopposeerde] volgens [opposant] geen perfecte staat verwachten. [opposant] betwist tot slot dat hij in verzuim is komen te verkeren.
4.De beoordeling
minderdan € 10.750,00 zou hebben ontvangen indien hij de auto destijds voor een lagere prijs zou hebben gekocht. Het verschil van € 1.500,00 tussen de hypothetische koopprijs van € 13.300,00 en de betaalde koopprijs van € 14.800,00 was dan in het vermogen van [geopposeerde] gebleven. Hieruit kan niet anders volgen dan dat sprake is van nadeel in de zin van artikel 6:230 lid 2 BW Pro.