Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11039

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
NL25.55965
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 4 EU HandvestArt. 28 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag staatloze Palestijn uit Saoedi-Arabië bevestigd

Eiser, een staatloze Palestijn geboren in 1993 en woonachtig in Saoedi-Arabië, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij zijn verblijfsrecht in Saoedi-Arabië verloor. De minister wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.

De rechtbank oordeelt dat de feitelijke toegankelijkheid tot Saoedi-Arabië geen onderdeel is van de asieltoets en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij niet kan terugkeren. Hoewel de arbeidsmarkt in Saoedi-Arabië voor zijn beroepsgroep is veranderd door Saoedisering, is het niet onmogelijk voor eiser om een nieuwe baan en verblijfsvergunning te verkrijgen.

Eiser stelde dat hij bij terugkeer gedetineerd en gedeporteerd zou worden, wat een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt. De minister heeft terecht een terugkeerbesluit opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.55965

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. M.R. Stuart).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000. [1] Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Naar het oordeel van de rechtbank is de feitelijke toegankelijkheid tot Saoedi-Arabië geen onderdeel van de asieltoets. Eiser heeft daarnaast niet aannemelijk gemaakt dat hij niet kan terugkeren naar Saoedi-Arabië
.De minister heeft daarom niet ten onrechte een terugkeerbesluit opgelegd. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 12 november 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij is van Palestijnse komaf en is geboren op [geboortedag] 1993. Eiser verklaart dat hij staatloos is en tot de Arabische bevolkingsgroep behoort. Hij is opgegroeid in Saoedi-Arabië als Palestijn en had daar verblijfsrecht op basis van zijn werk. Vanwege de wijziging in zijn beroepsgroep is eiser zijn baan kwijtgeraakt in december 2022. Hij heeft daarop een bemiddelaar gezocht om hem te helpen aan een garantsteller en een nieuw verblijfsdocument te komen. Eiser verklaart dat hij daarvoor eerst naar het buitenland moest gaan. Hij is toen naar Turkije gegaan. Toen hij daar was bleek dat hij geen andere garantsteller en verblijfsdocument zou krijgen voor Saoedi-Arabië en daarom is hij doorgereisd naar Nederland.
Het bestreden besluit
4. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De minister stelt zich echter op het standpunt dat uit dit asielmotief niet volgt dat eiser vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag en dat hij geen reëel risico loopt op ernstige schade. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Ontvankelijkheid van het beroep
5. Eiser heeft gronden ingediend ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep. Op de zitting heeft de rechtbank partijen medegedeeld dat het beroep ontvankelijk is en dat de gronden daarom geen bespreking behoeven.
Is feitelijke toegankelijkheid tot Saoedi-Arabië onderdeel van de asieltoets?
6. Eiser voert aan dat uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 27 februari 2025 [2] weliswaar volgt dat de feitelijke toegankelijkheid tot het land van gebruikelijke verblijfplaats geen onderdeel is van de asieltoets, maar hij is van mening dat dit in strijd is met het Unierecht. Uit rechtsoverweging 138 van het arrest Alheto [3] volgt dat een land kan worden beschouwd als het eerste land van asiel voor een bepaalde verzoeker wanneer hij respectievelijk in dat land is erkend als vluchteling en die bescherming nog kan genieten, of indien hij anderszins voldoende bescherming geniet in dat land met inbegrip van het genot van het beginsel van non-refoulement, mits hij opnieuw tot het grondgebied van dat land wordt toegelaten. Hoewel eiser niet als vluchteling is erkend in Saudi-Arabië kan deze overweging naar analogie worden toegepast waaruit blijkt dat de vraag of hij opnieuw zal worden toegelaten wel degelijk relevant is.
Daarnaast wijst eiser op een ander arrest van het Hof van Justitie. [4] Het Hof van Justitie erkent hierin weliswaar dat wedertoelating tot het grondgebied niet tot de voorwaarden van een veilig derde land behoort, maar overweegt ook dat als een land de verzoeker om bescherming niet opnieuw toelaat, de lidstaat het recht moet waarborgen dat de behandeling van het verzoek om internationale bescherming wordt uitgevoerd. In dit geval heeft de minister eiser toegelaten tot de nationale procedure, maar heeft hem tegengeworpen dat hij toegang zou hebben tot een land van gebruikelijk verblijf en dat hij daar geen risico zou lopen. Nu de minister niet heeft aangetoond dat eiser inderdaad terug zou kunnen naar Saoedi-Arabië is deze situatie naar analogie van toepassing en zou de minister bescherming moeten toekennen aan eiser.
6.1.
Vooropgesteld moet worden dat partijen het er over eens zijn dat eiser kan worden aangemerkt als staatloze vreemdeling. [5] Naar het oordeel van de rechtbank kan Saoedi-Arabië worden aangemerkt als eisers land van gebruikelijke verblijfplaats. [6] De minister heeft hierbij terecht betrokken dat eiser in Saoedi-Arabië geboren is en zijn hele leven daar heeft gewoond, afgezien van een tijdelijke studieperiode in Jordanië. Eiser had tot aan zijn vertrek rechtmatig verblijf in Saoedi-Arabië.
De minister stelt zich daarnaast terecht op het standpunt dat de feitelijke toegankelijkheid tot het land van gebruikelijke verblijfplaats geen onderdeel is van de asieltoets. Dit volgt uit de door eiser aangehaalde Afdelingsuitspraak van 27 februari 2025. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom het arrest Alheto naar analogie moet worden toegepast op zijn situatie, en in weerwil van de Afdelingsuitspraak van 27 februari 2025 de beoordeling van de feitelijke toegankelijkheid als onderdeel van de asieltoets zou moeten worden aangemerkt. Verder is het aan eiser om aannemelijk te maken dat hij niet zal worden toegelaten tot Saoedi-Arabië of dat hij een risico loopt om te worden behandeld in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Hier is hij niet in geslaagd. De rechtbank gaat hier onder 7.1. verder op in. Daarom slaagt ook het beroep op het arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024 niet.
Heeft eiser aannemelijk gemaakt dat hij niet kan terugkeren naar Saoedi-Arabië?
7. Eiser betoogt dat hij niet kan terugkeren naar Saoedi-Arabië, omdat zijn verblijfsvergunning al meerdere jaren is verlopen. Eiser zal geen nieuwe baan kunnen vinden, omdat hij volgens zijn vergunning alleen als farmaceut aan de slag kan en deze beroepsgroep nu alleen is voorbehouden aan Saoediërs. Eiser heeft ter onderbouwing een aantal stukken overgelegd. [7] Daarnaast betoogt eiser dat de minister hem ten onrechte tegenwerpt dat hij een andere werkgever zou kunnen vinden en dat hij niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom hij geen kans heeft om een nieuwe baan te vinden binnen zijn beroepsgroep. Het is onzorgvuldig dat de minister ter onderbouwing hiervan verwijst naar een artikel in The Times of India als bron voor de percentages Saoedi’s die in eisers beroepsgroep zouden werken. Zelfs als deze cijfers zouden kloppen dan heeft de minister er onvoldoende rekenschap van gegeven wat het betekent voor het vinden van een baan als 35-36% van de buitenlandse werknemers op zoek zal moeten naar ander werk. Eiser heeft ook geprobeerd contact op te nemen met de Saoedische ambassade in een poging om toegang te krijgen tot het grondgebied van Saoedi-Arabië. Uit de door hem overgelegde vertalingen blijkt dat de ambassade hem niet van dienst kan zijn.
7.1.
Uit het voorgaande blijkt dat eiser zich op het standpunt stelt dat hij in Saoedi-Arabië geen nieuwe werkvergunning kan krijgen en met betrekking tot het terugkeerbesluit stelt hij zich op het standpunt dat hij bij terugkeer zal worden gedetineerd en daaropvolgend zal worden gedeporteerd. De rechtbank merkt dat aan als vraag of eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van Pro het EVRM. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk gemaakt heeft dat hij niet kan terugkeren naar Saoedi-Arabië. Hoewel uit de stukken wel blijkt dat het fenomeen van Saoedisering in eisers beroepsgroep gaande is, stelt de minister zich terecht op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het voor hem onmogelijk is om terug te keren naar Saoedi-Arabië en een nieuwe werkgever te vinden. Uit landeninformatie blijkt dat het voor personen zoals eiser wel mogelijk is om het beroep te veranderen op zijn vergunning. [8] Eiser zal dan een nieuwe sponsor moeten vinden die hiervoor garant kan staan. Dat het voor eiser moeilijker wordt om een nieuwe baan te vinden, betekent niet dat dit voor hem onmogelijk is. Eiser heeft dit in ieder geval niet inzichtelijk gemaakt. Daarbij komt ook dat eisers specifieke beroepsgroep niet volledig zal worden vervangen door Saoedi’s. Uit informatie blijkt dat 35-65% van de posities in eisers beroepsgroep zal worden bekleed door Saoedi’s. [9] De minister heeft op de zitting toegelicht dat deze informatie afkomstig is van TOELT. [10] Hierdoor ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van deze informatie. Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat hij geen kans heeft gehad om een nieuwe baan te vinden binnen deze beroepsgroep. Verder stelt de minister zich terecht op het standpunt dat uit de door eiser overgelegde vertalingen van het contact met de Saoedische ambassade niet blijkt dat de autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen. Hieruit blijkt namelijk alleen dat hij een mail kan sturen naar het officiële e-mailadres van de ambassade of dat hij bij de ambassade in Den Haag langs kan gaan. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Saoedi-Arabië gedetineerd of gedeporteerd zal worden. Hij heeft deze stelling immers niet onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft de minister ten onrechte een terugkeerbesluit opgelegd?
8. Eiser betoogt dat de minister door het opleggen van het terugkeerbesluit met Saoedi-Arabië als land van terugkeer in strijd handelt met artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 4 van Pro het EU Handvest. Eiser heeft immers aannemelijk gemaakt dat hij in Saoedi-Arabië niet opnieuw een verblijfsvergunning kan verkrijgen en dat bij terugkeer sprake is van illegaal verblijf. Gelet hierop bestaat de kans dat eiser wordt gedetineerd en daaropvolgend zal worden uitgezet, wat een risico op refoulement oplevert. Eiser wijst ter onderbouwing op het arrest Ararat. [11]
8.1.
De beroepsgrond slaagt niet. Gelet op hetgeen overwogen in rechtsoverweging 7.1 heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Saoedi-Arabië een risico loopt op behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 4 van Pro het EU Handvest. De minister heeft niet ten onrechte een terugkeerbesluit aan eiser opgelegd.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van eisers asielaanvraag in stand blijft. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.ABRvS 27 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:724.
3.HvJEU 25 juli 2018, ECLI:EU:C:2018:584 (Alheto), r.o. 138
4.HvJEU 4 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:838, C-134/23, r.o. 47 & 48.
5.In de zin van paragraaf C2/2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).
6.Zoals bedoeld in Werkinstructie 2020/19 Palestijnen.
7.VluchtelingenWerk Nederland, Saoedi Arabië – Verblijfsvergunning en positie Palestijnen, uitzetting en terugkeer, d.d. 11 januari 2024, een ontslagbrief d.d. 14 december 2022 en een brief van de ‘Saudi Food and Drug Authority’, d.d. 4 september 2018 en een brief van de ‘Saudi Food and Drug Authority’ over de Saoedisering binnen eisers beroepsgroep.
8.The Ministry of Human Resources and Social Development of the Kingdom of Saudi Arabia, ‘Change expatriate Profession’.
9.The Times of India, ‘Saudi Arabia raise Saudization goals again, targets now as high as 80% in some sectors’, d.d. 2 august 2025.
10.Team Onderzoek en Expertise Land en Taal.
11.HvJEU 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892, r.o. 50 en 51.