Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11015

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/09/685777 / FA RK 25-3905
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling omgangsregeling en verdeling vakanties en feestdagen in belang van minderjarige kinderen

De rechtbank Den Haag behandelde op 30 maart 2026 een verzoek van de moeder tot vaststelling van een omgangsregeling met de vader voor hun minderjarige kinderen. De vader was niet verschenen, maar de moeder en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming waren wel aanwezig. De rechtbank baseerde zich op artikel 1:377a lid 1 en 2 BW, dat het recht op omgang van het kind met beide ouders regelt.

De kinderen verblijven momenteel om de twee weken van vrijdag tot maandagochtend bij de vader. De moeder verzocht deze regeling vast te stellen en tevens een verdeling van vakanties en feestdagen. De rechtbank wees het verzoek toe omdat de vader geen verweer voerde en de regeling in het belang van de kinderen is. Tijdens een gesprek met de kinderrechter gaf een van de kinderen aan tevreden te zijn met de omgang, maar wenste dat de vader minder vaak boos zou zijn.

De rechtbank stelde een gedetailleerde regeling vast voor vakanties, feestdagen, verjaardagen en bezoekrechten, waarbij de kinderen onder meer in de zomervakantie zes weken verdeeld verblijven, en Kerst en Pasen worden gedeeld. De proceskosten worden door iedere partij zelf gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De rechtbank stelde de omgangsregeling en de verdeling van vakanties en feestdagen vast in het belang van de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3905
Zaaknummer: C/09/685777
Datum beschikking: 30 maart 2026

Omgang

Beschikking op het op 23 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.M.C. van der Sanden te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

Bij beschikking van 11 augustus 2025 van deze rechtbank is een door de vader met ingang van 1 oktober 2024 te betalen alimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bepaald op € 737,- per maand en is een beslissing ter zake van de omgangsregeling en de proceskosten aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken.
[minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 2 maart 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Beoordeling

Omgang
Wettelijk kader
De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat uit artikel 1:377a lid 1 BW volgt dat een kind recht op omgang met zijn ouders heeft en dat de niet met het gezag belaste ouder het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind heeft. Op grond van lid 2 van voormeld artikel kan de rechter op verzoek van (één van) de ouder(s) een omgangsregeling vaststellen of het recht op omgang (tijdelijk) ontzeggen.
Inhoudelijke beoordeling
De kinderen verblijven op dit moment eenmaal per twee weken van vrijdag tot maandagochtend bij de vader. De moeder verzoekt deze omgangsregeling vast te stellen. Daarnaast verzoekt zij een verdeling van de vakanties en feestdagen.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen, omdat de vader geen verweer heeft gevoerd en de verzochte omgangsregeling naar het oordeel van de rechtbank in het belang van de kinderen is.
Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige 1] aangegeven dat hij tevreden is met de huidige omgangsregeling, maar dat hij zou willen dat zijn vader minder vaak boos wordt. Hij heeft de kinderrechter gevraagd om dit met de vader te bespreken, omdat hij dit zelf niet durft. De rechtbank betreurt het dat de vader niet aanwezig was bij de zitting om dit te kunnen bespreken. Desalniettemin hoopt de rechtbank dat de vader de gevoelens van [minderjarige 1] ter harte neemt en probeert de situatie voor [minderjarige 1] te verbeteren.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] ;
bij de (ouders van de) vader zullen zijn:
  • in de even weken van vrijdag 17.30/17.45 uur tot maandagochtend naar school, waarbij de moeder kinderen op vrijdag naar de vader brengt en de vader de kinderen op maandagochtend naar school;
  • waarbij geldt dat wanneer de omgang vanwege gegronde reden in het belang van de kinderen niet kan doorgaan, partijen met elkaar (en niet via de kinderen) in overleg treden over een alternatief omgangsmoment;
stelt de volgende vakantie- en feestdagenregeling vast:
- krokus-, mei-, herfst- en kerstvakantie:
- even weken: de kinderen verblijven van vrijdag 17.30/17.45 uur tot dinsdagavond 18.00 uur bij de vader. De moeder brengt de kinderen naar (de ouders van) de vader, en de vader brengt hen op dinsdag weer terug naar de vrouw;
- oneven weken: de kinderen verblijven van zondagavond 18.00 uur tot dinsdagavond 18.00 uur bij de vader. De moeder brengt de kinderen op zondag naar de vader, en de vader brengt hen op dinsdag weer terug naar de vrouw;
  • zomervakantie: de kinderen verblijven in de drie weken dat de moeder vakantie heeft (zij is afhankelijk van wanneer de tandartspraktijk waar zij werkt gesloten is) bij de moeder. De overige drie weken verblijven zij bij de vader;
  • Kerst: de kinderen verblijven op 1e Kerstdag bij de moeder en op 2e Kerstdag bij de vader. Voor het overige geldt de bovenstaande vakantieregeling;
  • Pasen: de kinderen verblijven op 1e Paasdag bij de moeder en op 2e Paasdag bij de vader. Voor het overige geldt de bovenstaande vakantieregeling;
  • verjaardagen van opa’s en oma’s, ooms en tantes, nichtjes en neefjes: de kinderen zijn aanwezig bij de verjaardagen van hun familie (zowel van moeders- als vaderskant), ongeacht bij welke ouder zij op dat moment verblijven. De ouder bij wie de kinderen op dat moment zijn wordt tijdig over een dergelijke familiegelegenheid ingelicht en zorgt ervoor dat de kinderen daaraan kunnen deelnemen, tenzij hierover in goed overleg andere afspraken worden gemaakt;
  • verjaardagen ouders en kinderen:
- de kinderen verblijven bij moeder op haar verjaardag en bij vader op zijn verjaardag, ongeacht bij welke ouder zij volgens de reguliere regeling op dat moment verblijven;
- de ouder bij wie een jarig kind op dat moment niet verblijft heeft het recht om het kind op zijn/haar verjaardag te bezoeken. Hierover worden in goed overleg praktische afspraken gemaakt omtrent tijdstip en duur van het bezoek;
  • Moederdag/Vaderdag: de kinderen verblijven vanaf de avond ervoor 18.00 uur tot deze dag 18.00 uur bij respectievelijk moeder/vader, ongeacht bij welke ouder zij volgens de reguliere regeling op dat moment verblijven;
  • waarbij geldt dat wanneer de omgang vanwege gegronde reden in het belang van de kinderen niet kan doorgaan, partijen met elkaar (en niet via de kinderen) in overleg treden over een alternatief omgangsmoment;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 maart 2026.