Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres en verzoekster, hierna eiseres,
[minderjarige 1] en [minderjarige 2],
Rechtbank Den Haag
Eiseres diende op 21 oktober 2025 een herhaalde asielaanvraag in, waarbij zij een document van een aangifte bij de Nigeriaanse politie overlegde. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat het document met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt was bevonden door Bureau Documenten. Eiseres werd daarom niet gehoord over de inhoud van het document.
Eiseres voerde aan dat zij ten onrechte niet is gehoord en dat de minister op grond van de Procedurerichtlijn artikel 40, derde lid, verplicht was haar te horen. De rechtbank oordeelde dat volgens vaste jurisprudentie de authenticiteit van een document moet vaststaan om als nieuw element te gelden en dat het aan eiseres is om dit te staven. Nu het document niet authentiek is, was de minister niet verplicht tot een gehoor.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag. Tevens wees zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter op 7 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag.