ECLI:NL:RBDHA:2026:10983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen buiten behandeling stellen aanvraag verlenging verblijfsvergunning wegens niet tijdige betaling leges
Eisers dienden op 15 april 2025 aanvragen in voor verlenging van hun reguliere verblijfsvergunningen. De minister stelde deze aanvragen niet in behandeling omdat de leges niet tijdig waren voldaan. Eisers maakten bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelden tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat de minister conform artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 verplicht is een aanvraag niet in behandeling te nemen als de leges niet zijn betaald. Hoewel eisers aanvoeren dat de gevolgen van het buiten behandeling stellen onevenredig zwaar zijn en dat de betaling door de werkgever onjuist is verwerkt, is er geen wettelijke hardheidsclausule die dit kan corrigeren.
De rechtbank stelt vast dat de betaling niet correct was geadministreerd omdat het betalingskenmerk en zaaknummer ontbraken, waardoor de minister de betaling niet kon traceren. Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Daarnaast is geen schending van artikel 8 EVRM Pro vastgesteld en is het beroep op schending van de hoorplicht ongegrond omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de minister de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld. Eisers krijgen geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de minister de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld wegens niet tijdige betaling van de leges.