Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Rechtbank Den Haag
Eiser, een burger van de Democratische Republiek Congo, diende een asielaanvraag in na zijn detentie en ontsnapping vanwege politieke activiteiten. De minister wees de aanvraag af omdat hij de sterkte van de politieke overtuiging en de geloofwaardigheid van de gestelde vervolging onvoldoende aannemelijk achtte.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser, zijn medische beperkingen en de samenhang tussen zijn politieke activiteiten en de risico's bij terugkeer. De minister heeft geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling gemaakt en heeft belangrijke verklaringen en bewijsstukken onvoldoende meegewogen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de minister aan binnen 8 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij een volledige en zorgvuldige beoordeling van de politieke overtuiging en de risico's bij terugkeer plaatsvindt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen 8 weken een nieuw besluit te nemen met een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling.