Uitspraak
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.(gemachtigde: mr. J. Amakodo).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Daartoe is allereerst van belang dat er een gehoor stond gepland op 16 februari 2026. Toen eiser niet is verschenen is een nieuw gehoor ingepland op 28 februari 2026. Ook hier is eiser niet verschenen. Verweerder mocht erop wijzen dat de uitnodigingen voor de gehoren klaar lagen bij de COA-locatie, maar niet door eiser zijn opgehaald, terwijl hij kon weten dat hij zijn post regelmatig moest controleren.
Verweerder heeft verder mogen afzien van het geven van uitstel voor het indienen van een zienswijze. Verweerder voert op dit punt beleid dat naar het oordeel van de rechtbank niet onredelijk is. [1] Aan de voorwaarden voor uitstel als genoemd in dit beleid is niet voldaan en verweerder hoefde geen aanleiding te zien om van dit beleid af te wijken.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd
waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden
ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener
de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de
indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep
of verzet open.