Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 10 november 2023, maar de minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden een besluit genomen. Eiser stelde de minister op 18 augustus 2025 schriftelijk in gebreke, waarna hij meer dan twee weken later beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de minister de beslistermijn heeft overschreden. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van zes weken op waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister deze termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en bevestigt dat eiser gelijk krijgt in zijn beroep.