Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 24 november 2025 waarin de minister werd opgedragen binnen zestien weken te beslissen. Omdat de minister deze termijn heeft overschreden, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank stelt vast dat de rechterlijke dwangsom uit de eerdere uitspraak nog niet volledig is verbeurd en dat het beroep daarom nog steeds procesbelang heeft. De rechtbank bepaalt een nieuwe beslistermijn van acht weken, rekening houdend met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en de overschrijding van de 21-maandentermijn voor de behandelingsprocedure.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-, die pas gaat lopen nadat de eerdere dwangsom is verbeurd. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.W. van Eerden op 4 mei 2026.