ECLI:NL:RBDHA:2026:10793
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening schorsing intrekking verblijfsvergunning en terugkeerbesluit
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, waarin zijn verblijfsvergunning is ingetrokken en een terugkeerbesluit met inreisverbod is opgelegd, te schorsen. Verzoeker bevindt zich in strafrechtelijke detentie en stelt dat rechtmatig verblijf noodzakelijk is voor het verkrijgen van voorwaardelijke invrijheidstelling.
De voorzieningenrechter overweegt dat een dergelijke voorlopige voorziening slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan worden toegewezen, namelijk bij een zwaarwegend spoedeisend belang en twijfel aan de rechtmatigheid van het besluit. Dit is niet het geval, omdat het verkrijgen van rechtmatig verblijf niet automatisch leidt tot voorwaardelijke invrijheidstelling en de detentie strafrechtelijk van aard is.
Verder is geen indicatie dat het Openbaar Ministerie het verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling zal honoreren. Het verzoek om griffierechtvrijstelling wordt wel toegewezen. De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek kennelijk ongegrond is en wijst het af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van het bestreden besluit wordt afgewezen wegens ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang.