Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 2 augustus 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn alsnog heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij legt de minister op om binnen een nieuwe beslistermijn van zestien weken, te rekenen vanaf de dag na het bekendmaken van deze uitspraak, alsnog een besluit te nemen. Deze termijn is gebaseerd op het door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gehanteerde ‘8+8 wekenmodel’.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De rechtbank benadrukt dat eiser binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift kan indienen indien hij het niet eens is met de beslissing.