Eiseres heeft op 7 december 2025 een verzoek ingediend bij het UWV tot herbeoordeling van haar recht op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van negen weken een besluit genomen, waardoor eiseres beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat er sprake is van een bijzonder geval vanwege het tekort aan verzekeringsartsen, wat structureel leidt tot overschrijding van termijnen. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor het besluit is vastgesteld.
Het UWV heeft onvoldoende onderbouwd waarom een langere termijn gerechtvaardigd zou zijn. Daarom beveelt de rechtbank dat het UWV binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit neemt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed en wordt het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 16 april 2026.