ECLI:NL:RBDHA:2026:1061

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
NL25.26844 en NL25.26845
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvragen van Colombiaanse eisers op basis van politieke overtuiging en geloofwaardigheid

Op 22 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de asielzaken van een Colombiaans gezin, bestaande uit eiser 1, eiseres 1 en hun minderjarige kinderen. De rechtbank behandelde de beroepen tegen de afwijzing van hun asielaanvragen door de minister van Asiel en Migratie, die deze als kennelijk ongegrond had bestempeld. De eisers, die op 5 juni 2023 asiel hadden aangevraagd, voerden aan dat zij vanwege hun politieke activiteiten in Colombia, waaronder deelname aan protesten, vrezen voor hun veiligheid bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat de minister de identiteit en nationaliteit van de eisers geloofwaardig achtte, maar de problemen met de autoriteiten als ongeloofwaardig beschouwde. De rechtbank concludeerde dat de eisers niet voldoende bewijs hadden geleverd om hun asielmotieven aannemelijk te maken. De rechtbank wees ook op de wijziging in het beleid van de minister met betrekking tot de geloofwaardigheidsbeoordeling van asielaanvragen, maar oordeelde dat dit niet in strijd was met het Unierecht. De rechtbank vond dat de belangen van de minderjarige kinderen voldoende waren betrokken bij de besluitvorming, en dat de asielaanvragen terecht waren afgewezen. De beroepen werden ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.26844 en NL25.26845
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] en [V-nummer 4]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser 1] , eiser 1,

[eiseres 1], eiseres 1,
mede namens hun minderjarige kinderen
[minderjarige eiseres 2], eiseres 2,
[minderjarige eiser 2], eiser 2,
(gemachtigde: mr. J.M.M. Heilbron),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 12 juni 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft de beroepen op 27 november 2025 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is aanwezig [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eisers zijn geboren op respectievelijk [geboortedag 1] 1991, [geboortedag 2] 1994, [geboortedag 3] 2015 en [geboortedag 4] 2017 en hebben allen de Colombiaanse nationaliteit. Zij hebben op 5 juni 2023 asielaanvragen ingediend. Hieraan hebben zij ten grondslag gelegd dat eiser 1 en eiseres 1 hebben deelgenomen aan protesten in Pereira, Colombia, in 2021 waarbij eiser 1 als muzikant en lid van de organisatie ‘Unidos por el Rock’ een zichtbare rol speelde. Hij heeft een toespraak gehouden waarin hij de burgemeester beschuldigde van banden met criminelen. Naar aanleiding hiervan is eiser 1 op 26 mei 2021 achtervolgd, beschoten en bedreigd door de BACRIM [2] , die banden hebben met de autoriteiten. Eisers vrezen bij terugkeer naar Colombia voor hun veiligheid vanwege hun politieke en sociale activiteiten.
2. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij volgt verweerder de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers nu deze met documenten zijn onderbouwd. Ook de politieke opvatting van eisers wordt geloofwaardig geacht. De problemen met de autoriteiten vanwege hun politieke activiteiten worden echter ongeloofwaardig geacht.
3. Op wat eisers daartegen aanvoeren, wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Verzoek om aanhouding
4. Verweerder heeft per 1 juli 2024 zijn beleid over de beoordeling van de geloofwaardigheid van feiten en omstandigheden die ten grondslag zijn gelegd aan een asielaanvraag gewijzigd en heeft de wijze waarop dit beleid wordt toegepast toegelicht in WI [3] 2024/6. Eisers voeren aan dat deze nieuwe wijze van de geloofwaardigheidsbeoordeling niet in overeenstemming is met het Unierecht. Om die reden verzoeken zij om aanhouding van de behandeling van de beroepen totdat antwoorden zijn gegeven op de prejudiciële vragen hierover van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond. [4]
5. In WI 2024/6 wordt voor de geloofwaardigheidsbeoordeling een onderscheid gemaakt tussen twee stappen. Bij stap 1 is het aan de vreemdeling alle relevante elementen ter onderbouwing van de asielaanvraag in te dienen en worden de asielmotieven vastgesteld. Stap 2 gaat over de daadwerkelijke beoordeling van de asielmotieven. Bij stap 2a wordt bekeken of de vreemdeling voldoende bewijs heeft overgelegd om het asielmotief aannemelijk te maken. Als hieraan niet wordt voldaan, dan gaat verweerder door naar stap 2b. In die stap toetst verweerder aan de vijf cumulatieve voorwaarden om de geloofwaardigheid te beoordelen. Deze volgen uit artikel 31, zesde lid, van de Vw, wat weer een implementatie is van artikel 4, derde lid, van de Kwalificatierichtlijn. [5]
6. Eisers hebben voor de onderbouwing van hun asielaanvragen geen objectieve, authentieke documenten kunnen overleggen. Om die reden is getoetst aan de voorwaarden onder stap 2b. Uit de voornemens en de bestreden besluiten blijkt dat verweerder bij de beoordeling onder stap 2b alle verklaringen, omstandigheden en documenten die wel zijn overgelegd, heeft betrokken en in samenhang heeft beoordeeld. Uit deze beoordeling blijkt ook niet dat verweerder elementen buiten beschouwing heeft gelaten. Het is verder ook niet gebleken dat verweerder enkel vanwege het ontbreken van bepaalde documenten het relaas (deels) ongeloofwaardig heeft bevonden. In de geloofwaardigheidsbeoordeling is de nadruk komen te liggen op de verklaringen van eisers. Verweerder heeft daarmee geen onjuiste toepassing gegeven aan het Unierecht. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de behandeling van de beroepen aan te houden totdat de gestelde prejudiciële vragen zijn beantwoord.

Onverwijld melden

7. Uit het dossier blijkt dat eisers op 28 april 2022 Nederland zijn ingereisd en pas op 5 juni 2023 asielaanvragen hebben ingediend. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eisers zich niet onverwijld hebben gemeld zonder dat zij daarvoor een gegronde reden hadden. Dat eisers volgens eigen verklaringen eerst op bezoek zijn geweest bij de moeder van eiser 1, omdat zij een periode van drie maanden rechtmatig verblijf hadden in Nederland, maakt het voorgaande niet anders. Eisers wilden immers aanvankelijk geen asiel, maar regulier verblijfsrecht. Omdat dit niet mogelijk was en een terugkeer naar Colombia reëel werd, is ervoor gekozen om asielaanvragen in te dienen. Verweerder heeft dan ook terecht de asielaanvragen afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw. Dit betekent dat verweerder niet ten onrechte heeft gesteld dat deze omstandigheden op voorhand afbreuk doen aan de door hen gestelde noodzaak voor internationale bescherming.
Geloofwaardigheid asielrelaas
8. Eisers voeren aan dat verweerder ten onrechte hun problemen met de autoriteiten vanwege hun politieke activiteiten ongeloofwaardig heeft geacht. Het is namelijk onredelijk om (objectieve) documenten van hen te verlangen als deze niet bestaan. Verweerder volgt daarnaast wel dat eiser 1 met zijn band heeft opgetreden op een protestfestival tegen de autoriteiten en zich openlijk op het podium heeft uitgelaten tegen die autoriteiten. De woorden die daarna op dezelfde dag zijn gebruikt door de bedreigers zijn te herleiden naar de uitlatingen van eiser, zodat deze twee gebeurtenissen niet los van elkaar kunnen worden gezien. Verder heeft eiser 1 een risico genomen om nog eenmaal naar zijn werk te gaan om updates uit te voeren, zodat hij zijn (online) werk kon blijven verrichten. Dat zijn werkgever banden heeft met de BACRIM betekent niet dat leden daarvan aanwezig zijn op het werk. De BACRIM is verder ook niet geïnfiltreerd bij de paspoortdiensten waardoor eisers zonder problemen paspoorten hebben kunnen aanvragen. Dit volgt ook uit alle ambtsberichten en andere landeninformatie over Colombia. Daarnaast hebben eisers na hun vertrek uit Pereira in de [wijk] in [plaats] kunnen verblijven, omdat ze daar nauwelijks buiten kwamen en in die periode niet meer hebben gewerkt. Een verhuizing naar een andere wijk kan dienen als een (tijdelijke) oplossing. Ter onderbouwing hiervan verwijzen zij naar het AAB [6] Colombia 2024. Tot slot meent eiser 1 dat hij dient te worden aangemerkt als ‘sociaal leider’, zodat hij reeds hierom in aanmerking dient te komen voor een asielvergunning.
9. Het is niet in geschil dat eiser 1 heeft deelgenomen aan protestfestivals in Pereira. Hij heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat de gestelde bedreiging van de BACRIM op 26 mei 2021 het gevolg is geweest van zijn deelname aan deze protesten en in opdracht was van de autoriteiten. Verweerder heeft in het voornemen en het bestreden besluit gemotiveerd dat de verklaringen van eiser 1 op dit punt niet zijn onderbouwd met documenten en gebaseerd zijn op aannames. Dat het onredelijk is om van eiser 1 documenten te verlangen die zijn relaas onderbouwen, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft terecht aan eiser 1 tegengeworpen dat, gelet op zijn gestelde positie tijdens die protesten, enige onderbouwing van hem verwacht mag worden. Verder volgt verweerder eisers, anders dan zij stellen, niet in hun verklaringen dat zij bepaalde uitlatingen hebben gedaan over de autoriteiten tijdens de protesten waaraan zij hebben deelgenomen, zodat daarmee nog niet aannemelijk is gemaakt dat de gestelde bedreiging een gevolg zou zijn hiervan.
10. Ook heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat het gedrag van eiser 1 na de bedreiging niet logisch is. Eiser 1 is tien dagen na de gestelde bedreiging op 26 mei 2021 teruggegaan naar het werk terwijl hij eerder verklaart dat de eigenaar van het bedrijf waarvoor hij werkt banden heeft met iemand die samenwerkt met de BACRIM. [7] Dat eiser een zogenaamd verklaarbaar risico nam, omdat hij updates moest uitvoeren om werk te kunnen blijven verrichten, maakt het gedrag niet logisch. Het is verder onduidelijk op welke wijze eiser op de hoogte was van het feit dat er geen leden van BACRIM op het werk aanwezig zouden zijn. Voorgaande geldt ook voor de situatie waarbij eiser 1 na de gestelde bedreiging op 26 mei 2021 zijn paspoort zonder problemen heeft kunnen aanvragen. Verweerder merkt terecht op dat uit het AAB Colombia 2024 blijkt dat voor het aanvragen en afhalen van een nieuw paspoort de aanvrager in persoon dient te verschijnen, wat weer een obstakel zou kunnen vormen voor een gezocht persoon. [8] De verklaring dat niet alle onderdelen van de overheid corrupt zijn [9] , is onvoldoende voor een ander oordeel. Hierbij acht de rechtbank ook van belang dat eisers hebben verklaard dat zij bij terugkeer naar Colombia onder meer vrezen voor de autoriteiten. De opmerking dat de BACRIM niet is geïnfiltreerd bij de paspoortdiensten treft dan ook geen doel.
11. Verder heeft verweerder aan eisers kunnen tegenwerpen dat zij voor een lange periode in de [wijk] in [plaats] hebben kunnen verblijven. Eisers zijn in deze periode niet bedreigd [10] , ondanks dat deze wijk in de nabijheid van Pereira bevindt. Hoewel eisers terecht opmerken dat door een verhuizing naar elders de dreiging afneemt, volgt uit het AAB Colombia 2024 dat dit gaat om de dreiging door illegale gewapende organisaties. [11] Zoals in rechtsoverweging 10 is opgenomen, hebben eisers verklaard dat zij bij terugkeer naar Colombia onder meer vrezen voor de autoriteiten, zodat dit gestelde (tijdelijke) alternatief in hun geval niet opgaat.
12. Tot slot heeft verweerder voldoende gemotiveerd waarom eiser 1 niet kan worden aangemerkt als ‘sociaal leider’. In het AAB Colombia 2024 is de volgende definitie opgenomen van een ‘sociaal leider’.
‘Een sociaal leider wordt gedefinieerd als een persoon die de rechten van het collectief verdedigt en een actie voor het algemeen welzijn ontwikkelt die erkend wordt in zijn of haar gemeenschap, organisatie of territorium. Alle sociale leiders worden beschouwd als mensenrechtenverdedigers. Voor deze rapporten [betreffende de moorden op sociale leiders en mensenrechtenverdedigers] wordt ook rekening gehouden met de definitie van een mensenrechtenverdediger van de Inter-Amerikaanse Commissie voor Mensenrechten [CIDH: Comisión Interamericana de Derechos Humanos] en met de verklaringen van de Verenigde Naties. De mensen die de vredesopbouw en de uitvoering van de akkoorden beheren en bevorderen zijn mensenrechtenverdedigers en sociale leiders.’ [12]
Eiser 1 heeft met zijn verklaringen en de stukken die hij heeft overgelegd niet aannemelijk gemaakt dat hij aan deze definitie voldoet. Zoals hiervoor is overwogen, heeft eiser 1 niet aannemelijk gemaakt dat hij bepaalde uitingen heeft gedaan tijdens de protesten die hij heeft bijgewoond. Het enkel bijwonen van deze protesten is dan ook onvoldoende om als ‘sociaal leider’ te worden aangemerkt.
13. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers problemen met de autoriteiten vanwege hun politieke activiteiten ongeloofwaardig zijn. Voor zover eiseres 1 stelt dat verweerder ten onrechte haar politieke overtuiging niet als zelfstandig asielmotief heeft behandeld, volgt uit haar verklaringen dat haar asielrelaas grotendeels afhankelijk is van het asielrelaas van eiser 1. Verweerder betwist niet dat eiseres 1 een politieke overtuiging heeft. Zij verklaart echter dat zij in Colombia geen persoonlijke problemen heeft ondervonden vanwege haar politieke overtuiging [13] , ook niet vanwege haar deelname aan de protesten. [14] Verder verklaart ze dat de BACRIM haar bij terugkeer niet persoonlijk zullen opzoeken, maar wel eiser 1. [15] Om die reden heeft verweerder niet ten onrechte dit asielmotief niet als zelfstandig asielmotief behandeld.
Belangen van de kinderen
14. Tot slot voeren eisers aan dat verweerder ten onrechte de belangen van de minderjarige kinderen niet heeft betrokken bij de besluitvorming. Zij verwijzen naar het belang van veiligheid en de wijze waarop eiseres 2 en eiser 2 invulling geven aan hun leven, waarbij ook rekening moet worden gehouden met het verblijf van oma in Nederland.
15. Verweerder heeft de belangen van de kinderen voldoende betrokken bij de besluitvorming. Deze belangen zijn gekoppeld aan het asielrelaas van eiser 1 en eiseres 1, waarbij het belang van veiligheid betrokken is. Verder merkt verweerder terecht op dat eisers pas ter zitting enkele andere belangen van de kinderen expliciet benoemen, zodat deze belangen niet eerder betrokken konden worden in de besluitvorming. Dit is verder niet betwist door eisers. Voor zover de kinderen verblijf bij oma beogen, is dit geen belang waaraan in asielrechtelijke procedures zwaarwegend gewicht kan worden toegekend.
Conclusie
16. Verweerder heeft de asielaanvragen terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. De beroepen zijn dan ook ongegrond.
17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 22 januari 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Bandas Criminales (criminele bendes).
3.Werkinstructie.
4.Rb Den Haag (zittingsplaats Roermond) 7 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:136.
5.Richtlijn 2011/95/EU.
6.Algemeen Ambtsbericht.
7.Rapport nader gehoor van eiser 1 van 27 maart 2025, p. 11 van 18.
8.AAB Colombia 2024, p. 47 van 120.
9.Rapport nader gehoor van eiser 1 van 27 maart 2025, p. 12 en 15 van 18.
10.Rapport nader gehoor van eiser 1 van 27 maart 2025, p. 12 van 18.
11.AAB Colombia 2024, p. 58 van 120.
12.AAB Colombia 2024, p. 15 en 16 van 120.
13.Rapport nader gehoor van eiseres 1 van 27 maart 2025, p. 13 van 23.
14.Rapport nader gehoor van eiseres 1 van 27 maart 2025, p. 18 en 19 van 23.
15.Rapport nader gehoor van eiseres 1 van 27 maart 2025, p. 16 van 23.