ECLI:NL:RBDHA:2026:10558
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank doet dit zonder zitting en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De kern van het oordeel is dat eiser op 28 januari 2026 met onbekende bestemming is vertrokken, zoals blijkt uit een melding van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa). De gemachtigde van eiser heeft bevestigd dat er geen contact meer is met eiser, waardoor geen procesbelang meer bestaat. De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak dat bij vertrek met onbekende bestemming alleen procesbelang blijft bestaan als er recent contact is over de procedure.
Gezien het ontbreken van contact en het niet melden bij het COa na vertrek, concludeert de rechtbank dat eiser geen actueel belang meer heeft bij de procedure. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en wordt de zaak niet inhoudelijk beoordeeld. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.