Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag van 18 juli 2022. Nederland werd op 28 december 2024 verantwoordelijk voor de aanvraag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiseres gestelde termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij legt de minister op binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het '8+8 wekenmodel' zoals door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is vastgesteld. Bij overschrijding van deze termijn moet de minister een dwangsom van € 100 per dag betalen, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres krijgt hiermee gelijk en de minister wordt gedwongen tot spoedige besluitvorming.