Eisers hebben beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op hun asielaanvragen van 28 mei 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eisers gestelde termijn alsnog heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar het ‘8+8 wekenmodel’ van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat inhoudt dat de minister in principe binnen zestien weken na het bekendmaken van deze uitspraak een besluit moet nemen. De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen op de asielaanvragen.