Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 20 september 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van het '8+8 wekenmodel' en de maximale beslistermijn van 21 maanden bepaalt de rechtbank dat de minister uiterlijk op 15 augustus 2026 een besluit moet nemen. Deze termijn acht de rechtbank zorgvuldig en passend.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.