Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
MDMA) en,
MDMA), zijnde XTC (
MDMA), (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
11 juli 2020tot en met 24 juli 2020 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, een (grote) hoeveelheid pillen van een materiaal bevattende XTC (
MDMA), zijnde XTC (
MDMA) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
30 juni 2020tot en met 10 juli 2020 te ‘s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bevorderen, van een materiaal bevattende XTC (
MDMA) zijnde XTC (
MDMA) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden, (onder meer) voorhanden heeft gehad
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) MAANDEN;
6 (zes) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstrafvoor de tijd van
240 (tweehonderdveertig) UREN;
120 (honderdtwintig) DAGEN;