ECLI:NL:RBDHA:2026:10435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublin-verordening.
De rechtbank heeft partijen gevraagd of zij een zitting wensen, maar deze is niet gehouden omdat de minister geen zitting wenste en eiser niet reageerde.
De rechtbank beoordeelt vervolgens de ontvankelijkheid van het beroep. Uit het dossier blijkt dat eiser op 4 april 2026 uit eigen beweging de opvang heeft verlaten en sindsdien geen contact meer onderhoudt met de minister of zijn gemachtigde. Dit leidt tot de conclusie dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland en dus geen procesbelang meer heeft.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter M. van Harten en griffier R.C. Lubbers en is openbaar bekendgemaakt op 1 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser de opvang heeft verlaten en geen contact meer onderhoudt.