Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 22 juli 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een nieuwe beslistermijn van zestien weken opgelegd, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.