In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 26 september 2023. Eerder had de rechtbank Haarlem de minister al een beslistermijn van vier weken opgelegd en een dwangsom van €100 per dag tot een maximum van €7.500 bij overschrijding.
De minister heeft echter niet binnen deze termijn een besluit genomen, waarna eiser een tweede beroep instelde. De rechtbank Den Haag oordeelt dat bij een tweede beroep geen nieuwe ingebrekestelling vereist is en verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van vier weken op, rekening houdend met het 8+8 wekenmodel en het aanvullende gehoor van 11 februari 2026.
De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van €100 per dag moet betalen bij overschrijding van deze termijn, met een verhoogd maximum van €15.000. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van het tweede beroep.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen vier weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag.