ECLI:NL:RBDHA:2026:10359
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming bij opvolgende asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank heeft het beroep buiten zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank heeft eerst beoordeeld of er sprake is van procesbelang. Verweerder heeft meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft niet gereageerd op het verzoek om aan te geven of er nog actueel contact met eiser is. Hierdoor concludeert de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk door hem gezochte bescherming in Nederland.
De rechtbank baseert zich hierbij op vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met name de uitspraak van 1 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2662). Gelet hierop is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.