ECLI:NL:RBDHA:2026:10355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting, aangezien de minister geen zitting wenste en eiser niet reageerde op het verzoek daartoe. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vertrouwd op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat Nederland mag aannemen dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen nakomt.
Eiser stelde dat hij in Frankrijk op straat zou komen te staan en geen effectieve bescherming zou krijgen, wat volgens hem in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank vond echter dat eiser deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat er geen objectieve aanwijzingen zijn dat Frankrijk structureel tekortschiet in de opvang of asielprocedure.
De verwijzing van eiser naar een uitspraak over België werd niet gevolgd, omdat de situatie in Frankrijk niet gelijk is gesteld en eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister gehandhaafd.