ECLI:NL:RBDHA:2026:10314
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is en het besluit van de minister in stand blijft. De minister mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk, dat inhoudt dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen nakomt en eisers niet in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU zal behandelen.
Eisers voerden aan dat het AIDA-rapport en hun persoonlijke ervaringen van discriminatie, onveiligheid en diefstal aantonen dat het vertrouwensbeginsel niet langer geldt. De rechtbank stelt echter dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om het vermoeden te weerleggen. De minister heeft gemotiveerd waarom deze bezwaren niet leiden tot een ander oordeel en verwees terecht naar de mogelijkheid om bescherming te vragen bij Franse autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eisers geen proceskostenvergoeding krijgen. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier N. Habibi. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.