Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
equality of arms. Eiser stelt verder, kort weergegeven, dat verweerder hem ten onrechte niet in grote lijnen geloofwaardig heeft bevonden. Naast het overleggen van de volgens Bureau Documenten valse geboorteakte en de door verweerder opgemerkte verwarring over zijn taal- en etnisch profiel zijn er in het geheel geen tegenstrijdigheden of vaagheden in het relaas van eiser. Verder stelt eiser dat verweerder zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel in de zienswijze ten onrechte zonder nadere onderbouwing heeft weerlegd. Verweerder stelt nu slechts dat elke zaak op hun eigen merites moet worden beoordeeld, maar hiermee wordt niet betwist dat eiser een beroep heeft gedaan op vergelijkbare zaken waarin ook vals bevonden documenten zijn overgelegd. Eiser betwist dat hij verweerder misleid zou hebben, dus kan zijn aanvraag niet als kennelijk ongegrond worden aangemerkt. Daarom is ook ten onrechte een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd waarom Eritrea als land van terugkeer wordt genoemd in het bestreden besluit. Er zijn voldoende aanknopingspunten om Soedan aan te merken als land van terugkeer.
Beslissing
www.rechtspraak.nl.