Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Geldigheid van de dagvaarding
4.Bewijsuitsluiting
5.De bewijsbeslissing
1.hij in de periode van 14 augustus 2020 tot en met 23 januari 2021 te ‘s Gravenhage, in ieder geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met anderen,telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij in de periode van 16 juni 2020 tot en met 23 februari 2021 te Rotterdam en/of ‘s-Gravenhage, in ieder geval in Nederland, en/of te België tezamen en in vereniging met anderen, telkens om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van
- ongeveer 2.374 kilo cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
en
- (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
voor te bereiden en te bevorderen,
- voorwerpen en/of vervoermiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden, dat die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
en
- een of meer (vracht)auto('s)
heeftgeregeld, ten behoeve van het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of het vervoer van cocaïne, en
- een of meer loods(en)
heeftgeregeld, ten behoeve van het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, en
- zich met een voertuig, al dan niet geschikt voor het verdere vervoer van die cocaïne, naar een loods begeven, waar een zeecontainer zou aankomen, ten einde die container op de aanwezigheid van die cocaïne te controleren en/of die cocaïne uit die zeecontainer te verwijderen,
en
- een zeecontainer geopend en doorzocht.
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De strafoplegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
4 (VIER) JAREN en 6 (ZES) MAANDEN;