Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 23 januari 2026 uitspraak gedaan in een vervolgberoep betreffende de bewaring van een eiser die een asielaanvraag had ingediend. De eiser, geboren in 1999 en van Marokkaanse nationaliteit, was op 9 augustus 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw). Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel van bewaring op 21 januari 2026 is opgeheven, maar dat de beoordeling zich nu beperkt tot de vraag of eiser recht heeft op schadevergoeding voor de periode waarin de maatregel onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was vanaf 10 december 2025, omdat de grondslag voor de bewaring niet meer geldig was en verweerder niet tijdig heeft gehandeld om deze aan te passen. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser recht heeft op schadevergoeding voor 43 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, wat resulteert in een schadevergoeding van € 5.160,-. Daarnaast is verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 934,-. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent de schadevergoeding toe aan eiser, te betalen door de griffier.