Uitspraak
Informele rechtsingang en alimentatie
[de minderjarige 1] ,
[de vader] ,
[de moeder] ,
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
14 oktober 2025 pro forma.
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van de vader van 26 februari 2026, met bijlagen;
- het F9-formulier van de moeder van 27 februari 2026, met bijlagen;
- het F9-formulier van de moeder van 4 maart 2026, met bijlagen.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2012 tot [datum 2] 2018.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] .
- De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
- Bij beschikking van deze rechtbank van 7 april 2023 is – voor zover van belang – bepaald dat de ouders, in afwijking van de eerder vastgestelde kinderalimentatie hebben afgesproken:
- dat de vader eenmalig een maand geen kinderalimentatie aan de moeder zal voldoen. Van dit geld schaft de vader bij hem een basisgarderobe aan voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
- de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie wordt met ingang van heden verminderd met een bedrag van € 75,- per maand per kind.
- het geld dat de vader zodoende bespaart kan besteed worden aan kleding voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . De vader zal zelf afspraken maken met [de minderjarige 1] over het kopen van kleding dan wel een budget daarvoor. Ook de moeder zal afspraken met [de minderjarige 1] maken over het kopen van kleding.
- [de minderjarige 1] staat sinds 1 januari 2026 en [de minderjarige 2] sinds 30 januari 2026 in de BRP ingeschreven op het adres van de vader.
- [de minderjarige 1] verblijft al sinds 2024 en [de minderjarige 2] sinds augustus 2025 feitelijk volledig bij de vader.
Verzoek
- met ingang van 1 juni 2024 te bepalen dat de vader niet langer is gehouden kinderalimentatie voor [de minderjarige 1] aan de moeder te betalen, althans de kinderalimentatie te bepalen op zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht en te bepalen dat de moeder een bedrag van € 2972,- moet terugbetalen aan de vader ;
- met ingang van 1 januari 2025 de door de moeder aan de vader te betalen kinderalimentatie voor [de minderjarige 1] op € 272,- per maand te bepalen, althans op zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht;
- met ingang van 9 augustus 2025 te bepalen dat de vader niet langer is gehouden kinderalimentatie voor [de minderjarige 2] aan de moeder te betalen, althans de kinderalimentatie te bepalen op zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht;
- met ingang van 9 augustus 2025 de door de moeder aan de vader te betalen kinderalimentatie voor [de minderjarige 2] op € 272,- per maand te bepalen, althans de kinderalimentatie te bepalen op een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank juist acht;
Beoordeling
Beslissing
11 januari 2018, 7 april 2023 en 15 november 2024 -: