ECLI:NL:RBDHA:2026:10205
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming zonder contact
Eiser heeft op 27 november 2025 beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 20 november 2025, waarin zijn asielaanvraag in de algemene procedure werd afgewezen als ongegrond.
Op 19 maart 2026 is eiser met onbekende bestemming vertrokken (MOB) zonder de minister te informeren over zijn verblijfplaats. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser gevraagd of er nog contact was met eiser, waarop deze op 2 april 2026 heeft geantwoord dat er geen contact meer was sinds het vertrek uit de opvang van het COA.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact aangenomen wordt dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Omdat eiser geen contact meer onderhoudt, heeft hij geen procesbelang meer bij het beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier M.A.W.M. Engels op 29 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt, waardoor hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling.