In deze bestuursrechtelijke zaak heeft Stichting Hoger Onderwijs Nederland beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van het UWV op bezwaar tegen de omzetting van een loongerelateerde WIA-uitkering in een loonaanvullingsuitkering per 17 januari 2025.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn van negen weken, zoals voorgeschreven in artikel 8:55d Awb, heeft overschreden en dat ondanks een dwangsombeslissing van 5 januari 2026 nog geen besluit is genomen. Het UWV heeft als reden opgegeven dat door capaciteitsproblemen bij verzekeringsartsen het medisch advies nog niet kon worden ingewonnen.
De rechtbank oordeelt dat dit een bijzonder geval is dat een langere termijn rechtvaardigt, conform eerdere uitspraken waarin een termijn van negen weken wordt gehanteerd voor medische beoordelingen en besluitvorming. Het UWV wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Het betaalde griffierecht en proceskosten worden aan eiseres vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en het beroep wordt gegrond verklaard.