Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin de WIA-uitkering per 1 september 2024 werd gewijzigd. Het UWV heeft niet tijdig op het bezwaar beslist, waardoor eiseres beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn van negen weken, zoals voorgeschreven in artikel 8:55d Awb, is overschreden. Het UWV heeft een dwangsombeslissing genomen, maar nog geen inhoudelijk besluit. De rechtbank oordeelt dat het tekort aan verzekeringsartsen een bijzonder geval vormt, waardoor een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak geldt voor het nemen van een besluit.
De rechtbank wijst het verzoek van het UWV af om een langere termijn van 30 weken toe te passen, omdat dit niet voldoende is onderbouwd. De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed en wordt het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar.