In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 21 november 2023. Eerder had de rechtbank Arnhem de minister al een beslistermijn van acht weken opgelegd met een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000. De minister heeft ook deze termijn niet gehaald, waardoor eiser een tweede beroep instelde.
De rechtbank Den Haag oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarbij wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd om de minister te stimuleren tijdig te beslissen. De rechtbank acht deze dwangsom redelijk en ziet geen aanleiding tot verhoging.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van werkzaamheden bij een opvolgend beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.