Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 9 november 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar het '8+8 wekenmodel' zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de minister binnen zestien weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. Hiermee wordt beoogd de minister te dwingen tot tijdige besluitvorming en compensatie van de gemaakte kosten.