Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V nummer] , eiser Mede namens zijn minderjarig kind:
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Haïtiaanse nationaliteit, diende op 9 april 2022 een asielaanvraag in voor zichzelf en zijn minderjarige dochter. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op 10 februari 2025, omdat Brazilië als veilig derde land geldt voor eiser en zijn dochter. De rechtbank behandelde het beroep op 8 april 2025.
De minister stelde dat eiser een band met Brazilië heeft opgebouwd door een eerder verblijf van ruim een jaar op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning en dat zijn dochter de Braziliaanse nationaliteit bezit. Hierdoor is het redelijk dat eiser naar Brazilië terugkeert. Eiser voerde aan dat hij geen band heeft met Brazilië, dat hij de taal niet spreekt, geen familie of vangnet heeft en dat het verblijf noodgedwongen en onder slechte omstandigheden was.
De rechtbank oordeelde dat de minister op goede gronden heeft vastgesteld dat eiser een zodanige band met Brazilië heeft dat het redelijk is om daarheen terug te keren. Het feit dat het verblijf noodgedwongen was, doet hieraan niet af. Ook is niet gebleken dat eiser in Brazilië wordt behandeld in strijd met de beginselen van artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag. Eiser en zijn dochter zullen naar Brazilië moeten terugkeren. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens veilig derde land Brazilië.