ECLI:NL:RBDHA:2025:9847
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige herkomst en onvoldoende zwaarwegende discriminatie
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend met de stelling dat hij afkomstig is uit Zuid-Somalië en behoort tot de Gabooye-stam. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardige herkomst, gebaseerd op een taalanalyse van TOELT die concludeerde dat het Somalisch van eiser niet overeenkomt met Zuid-Somalische dialecten. Ook werden de problemen rondom grondbezit in Zuid-Somalië als ongeloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht op het deskundigenadvies mocht afgaan, omdat de taalanalyse zorgvuldig en begrijpelijk was en eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten voor twijfel had aangedragen. De authentieke geboorteakte van eiser maakte zijn Zuid-Somalische herkomst niet aannemelijk. De minister mocht ook betrekken dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk had ingediend, maar mocht niet meewegen dat eiser eerdere asielaanvragen in andere EU-lidstaten niet had afgewacht.
De rechtbank vond dat de discriminatie wegens afkomst van de Gabooye-stam niet zo ernstig was dat deze tot vluchtelingenstatus leidde, mede omdat eiser toegang had tot onderwijs, werk en gezondheidszorg. De asielaanvraag werd daarom terecht als kennelijk ongegrond afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige herkomst en onvoldoende zwaarwegende discriminatie.