Eiser vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van bewindvoering en rechtshulp, maar verweerder wees deze af wegens vermeende vermogensoverschrijding. Eiser voerde aan dat een nabetaling Wajong-uitkering en een immateriële schadevergoeding ten onrechte tot vermogen waren gerekend, terwijl deze als inkomen of uitgezonderd van het middelenbegrip behoren.
De rechtbank stelde vast dat het vermogen van eiser ten tijde van de aanvragen te hoog was vastgesteld omdat de nabetaling en schadevergoeding niet als vermogen mogen worden aangemerkt. Het werkelijke vermogen lag onder het vrij te laten vermogen, waardoor de afwijzingen onterecht waren.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten, voorzag zelf in de zaak en kende eiser bijzondere bijstand toe voor de kosten van rechtshulp (€156) en bewindvoering. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Daarnaast kreeg eiser een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn door de Staat.