Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
N. Mekenkamp, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 11 maart 2025 door verweerder is opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser verzocht tevens om schadevergoeding wegens de voortzetting van deze maatregel.
De rechtbank had eerder op 4 april 2025 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de periode na het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag lag. Eiser stelde dat de maatregel van bewaring op een eerder moment had moeten worden opgeheven, met name na de voorlopige voorziening van 14 maart 2025 die hem toestond het hoger beroep in Nederland af te wachten.
De rechtbank oordeelde dat deze vertraging voortkwam uit een gerechtelijke procedure en niet uit een administratieve, en dat er geen onrechtmatigheid was in het voortduren van de maatregel tot 10 mei 2025, toen verweerder de bewaring opheef. De rechtbank merkte ook op dat uit het dossier niet bleek dat eiser contact had gezocht met de Afdeling bestuursrechtspraak om duidelijkheid te verkrijgen over de inhoudelijke behandeling.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.