ECLI:NL:RBDHA:2025:975
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring opgeheven wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet wegens risico op ontduiking van toezicht en belemmering van uitzetting. Eiser voert aan dat hij buiten zijn schuld niet kan terugkeren naar Algerije omdat de Algerijnse autoriteiten geen laissez-passer (lp) afgeven, mede doordat hij niet voorkomt in de gemeentelijke registers van zijn geboorteplaats.
De rechtbank overweegt dat hoewel er sinds december 2023 in algemene zin zicht is op uitzetting naar Algerije, in het specifieke geval van eiser geen zicht bestaat op uitzetting binnen een redelijke termijn. De lp-aanvraag van september 2024 heeft nog niet geleid tot afgifte van documenten en verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit spoedig zal veranderen. Eiser heeft zich voldoende ingespannen voor terugkeer en medewerking verleend aan presentaties.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de maatregel van bewaring per 28 januari 2025 en kent een schadevergoeding toe van €1.900,- voor onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens worden de proceskosten van €1.814,- aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn.