ECLI:NL:RBDHA:2025:9536
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf om bij een referent te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af vanwege twijfel of eiser het grondgebied tijdig zou verlaten, gebaseerd op onvoldoende sociale en economische binding met Marokko.
Eiser stelde dat hij een sterke sociale binding heeft doordat hij bij zijn ouders woont en mantelzorg verleent aan zijn zieke vader, en dat hij een economische binding heeft via een werkgeversverklaring en salarisbetalingen. Verweerder motiveerde dat de sociale binding onvoldoende was, maar gaf geen toereikende motivering voor het ontbreken van economische binding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de sociale binding, maar dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was ten aanzien van de economische binding. De door eiser overgelegde werkgeversverklaring en salarisverklaringen werden als betrouwbaar beschouwd. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.