Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ugandese asielzoeker, diende op 5 juli 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot overname aan Duitsland gedaan, dat werd geaccepteerd.
Eiser betoogde dat de overdracht aan Duitsland ernstige gevolgen zou hebben voor zijn gezondheid, waaronder een verhoogd suïciderisico, en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn medische situatie. Hij verwees naar eerdere jurisprudentie en stelde dat het overnameverzoek onvolledig was omdat niet was vermeld wat hem in Duitsland was overkomen.
Verweerder vroeg een advies aan het Bureau Medische Advisering (BMA), dat concludeerde dat eiser ondanks zijn fysieke en psychische klachten in staat is om te reizen, mits een fit-to-fly beoordeling vooraf plaatsvindt en medische begeleiding wordt voortgezet. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het BMA-advies mocht uitgaan en dat de nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
De rechtbank verwierp het betoog over het ongeldige overnameakkoord en vond dat verweerder de asielaanvraag terecht niet in behandeling had genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.