ECLI:NL:RBDHA:2025:901
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel en toekenning schadevergoeding in vreemdelingenrecht
Eiser is op 29 december 2024 in detentie geplaatst onder omstandigheden die door de rechtbank als penitentiair en onrechtmatig zijn beoordeeld. De detentie vond plaats op een afdeling waar lange insluitingstijden gelden, waardoor niet wordt voldaan aan de vereisten van een gespecialiseerde inrichting volgens artikel 10 van Pro de Opvangrichtlijn.
De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig is en beveelt per direct de opheffing ervan. Daarnaast kent de rechtbank op grond van artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een schadevergoeding toe van €1.800 voor 18 dagen onrechtmatige detentie.
Verder worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €1.814 en worden deze door verweerder aan de rechtsbijstandverlener betaald. De uitspraak is mondeling gedaan op 15 januari 2025 door rechter R.H.G. Odink in aanwezigheid van griffier M.R. van Kerkwijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en een schadevergoeding van €1.800 toegekend.