ECLI:NL:RBDHA:2025:9
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ontbreken van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen ouder en jongvolwassene
Eiseres, een Syrische vrouw woonachtig in Syrië, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar meerderjarige zoon, de referent, te verblijven. De minister wees de aanvraag af op grond van het niet voldoen aan het jongvolwassenenbeleid uit de Vreemdelingencirculaire 2000, omdat er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon.
De rechtbank bevestigt dat de minister de identiteit en familierechtelijke relatie aannemelijk heeft geacht, maar dat de feitelijke situatie geen gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro oplevert. De minister heeft gemotiveerd dat de referent sinds 2017 zelfstandig is en niet langer in gezinsverband samenleeft met eiseres. Ook is onvoldoende gebleken van financiële, praktische of emotionele afhankelijkheid die de gebruikelijke banden overstijgt.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht geen belangenafweging heeft gemaakt, omdat zonder gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro een dergelijke afweging niet vereist is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM.