Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar referent. De minister van Asiel en Migratie heeft de beslistermijn verlengd, maar heeft uiteindelijk geen besluit genomen binnen de wettelijke termijn.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig is ingesteld nadat eiseres de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. De minister voert aan dat het FIFO-principe wordt gehanteerd, waardoor de aanvraag pas in januari 2026 in behandeling wordt genomen. De rechtbank wijst dit verzoek af en legt een redelijke beslistermijn op.
De rechtbank oordeelt dat het hier een bijzonder geval betreft en legt een termijn van acht weken op waarbinnen een besluit moet worden genomen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van verbeurde bestuurlijke dwangsommen, proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen, met oplegging van dwangsommen.