Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en kinderen. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 31 juli 2024 en de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, was op 29 januari 2025 verstreken zonder besluit. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke op 31 januari 2025 en diende op 18 februari 2025 beroep in, dat tijdig en kennelijk gegrond is.
Verweerder voerde het fifo-principe aan waarbij de aanvraag pas in oktober 2026 in behandeling zou worden genomen, maar de rechtbank wees dit af en legde een beslistermijn van acht weken op, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van dwangsommen.