ECLI:NL:RBDHA:2025:8746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onrechtmatige verlenging beslistermijn asielaanvraag
Eiser diende op 19 december 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stuurde eiser op 11 februari 2025 een ingebrekestelling aan verweerder, waarna op 28 februari 2025 beroep werd ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank overwoog dat de herhaalde generieke verlenging van de beslistermijn met negen maanden door verweerder, op grond van vermeende grote aantallen gelijktijdige aanvragen, niet voldoet aan de eisen van de Procedurerichtlijn. De verlenging moet gebaseerd zijn op actuele, concrete en acute omstandigheden, wat hier ontbrak. De structurele stijging van asielverzoeken rechtvaardigt geen verlenging.
Omdat verweerder niet binnen zes maanden een besluit had genomen en de ingebrekestelling geldig was, werd het beroep gegrond verklaard. De rechtbank droeg verweerder op om eiser binnen acht weken na bekendmaking van het vonnis te horen en binnen zestien weken een besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, begroot op €453,50. De uitspraak kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen zestien weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.