ECLI:NL:RBDHA:2025:8562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken vreemdeling
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn voor zijn terugname naar Oostenrijk te verlengen op grond van artikel 29 lid 2 van Pro de Dublinverordening vanwege onderduiken.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de termijn heeft verlengd omdat eiser zich zonder opgaaf van reden uit de opvang heeft verwijderd en als 'met onbekende bestemming' is geregistreerd. Dit duidt op het doel om de overdracht te frustreren. De minister had voldoende bewijs, waaronder een printscreen en correspondentie met Oostenrijk, en verwees terecht naar jurisprudentie die geen bewijs van intentie vereist maar uit omstandigheden mag afleiden dat onderduiken plaatsvindt.
Eisers beroep op een eerdere uitspraak van de rechtbank Roermond faalde omdat in die zaak de verblijfplaats bekend was, terwijl dat hier niet het geval is. De rechtbank bevestigde dat eiser bekend was met zijn plichten en dat hij niet heeft gereageerd op uitnodigingen voor vertrekgesprekken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit tot verlenging van de overdrachtstermijn in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter F. Sijens op 15 mei 2025 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken wordt ongegrond verklaard.