Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 6 januari 2025 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 14 mei 2025 zonder zitting.
De rechtbank oordeelt dat het voortduren van de maatregel tot 11 april 2025 reeds rechtmatig was en toetst nu de periode daarna. Hoewel de rechtbank de wettelijke termijn voor het sluiten van het vooronderzoek met één dag heeft overschreden, wordt dit niet als onrechtmatig aangemerkt omdat de uitspraak binnen een redelijke termijn volgt en eiser daardoor niet in zijn belangen is geschaad.
Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting naar Algerije. De rechtbank stelt vast dat regelmatig vertrekgesprekken en rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten plaatsvinden. Het dossier toont aan dat eiser onvoldoende meewerkt, bijvoorbeeld door zijn paspoort niet beschikbaar te stellen. Daarom is het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.