Betrokkene kreeg een verkeersboete van €57 voor het rijden van 8 km/u te hard op een autosnelweg buiten de bebouwde kom op 9 augustus 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 2 april 2025 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene en zijn gemachtigde waren afwezig. De kantonrechter constateerde dat de hoorplicht was geschonden doordat het Centraal Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) in een eenmalige opschoningsactie een groot aantal zaken zonder hoorzitting afhandelde om het hoorzittingsproces opnieuw op te starten.
Hoewel de schending van de hoorplicht aanleiding gaf tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie, oordeelde de kantonrechter dat dit niet leidde tot matiging van de boete, omdat de overtreding vaststond en de schending niet structureel was. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De inleidende boetebeschikking bleef daarmee ongewijzigd in stand.