Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:8343

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
13 mei 2025
Zaaknummer
NL25.20616
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak

Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is sinds 12 februari 2025 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel beoordeeld en nu is alleen de periode na 7 april 2025 aan de orde.

Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn, mede omdat de Algerijnse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de aanvraag voor een laissez-passer. De rechtbank oordeelt echter dat uit eerdere uitspraken blijkt dat er wel zicht is op uitzetting en dat het uitblijven van een reactie van Algerije geen reden is om de maatregel onrechtmatig te achten. Tevens heeft eiser onvoldoende inspanningen geleverd om zijn identiteit te onderbouwen.

Verder stelt eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, maar de rechtbank constateert dat er meerdere rappelbrieven zijn gestuurd en een vertrekgesprek is gevoerd, wat voldoende voortvarendheid toont. De rechtbank ziet geen andere gronden om de maatregel onrechtmatig te verklaren.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.20616

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. El Assrouti),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op 12 februari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 12 mei 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2005 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 21 februari 2025. [1] Vervolgens is er een vervolgberoep ingediend. Uit de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 7 april 2025 [2] hierop volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 7 april 2025, rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn ontbreekt. Eiser zit al bijna drie maanden in bewaring. Op de aanvraag voor een laissez-passer (lp) voor eiser is nog niet gereageerd door de Algerijnse autoriteiten en eiser is tot op heden nog niet gepresenteerd. Er zijn al meerdere lp-trajecten voor eiser opgestart sinds 2021 en ook die hebben niet geleid tot eisers uitzetting. Eiser verwacht nu geen andere uitkomst.
5. In de uitspraak van 7 april 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld dat er geen aanleiding is voor het oordeel dat het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt en dat de situatie dat aan eiser in het verleden geen lp is verstrekt niet maakt dat nu geen lp aan eiser zal worden afgegeven. In het enkele gegeven dat de Algerijnse autoriteiten tot op heden nog niet hebben gereageerd ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Niet gebleken is dat de Algerijnse autoriteiten de aanvraag voor een lp hebben afgewezen of zullen afwijzen. Eiser heeft daarnaast tot op heden geen inspanningen verricht om zijn identiteit en nationaliteit te onderbouwen om zijn vertrek naar Algerije te realiseren, terwijl dat wel van eiser verwacht mag worden. De beroepsgrond slaagt niet.
6. De beroepsgrond van eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting slaagt evenmin. Verweerder heeft in de te onderzoeken periode op 17 april en 1 mei 2025 een rappel gestuurd naar de Algerijnse autoriteiten. Daarnaast is op 22 april 2025 een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Met deze uitzettingshandelingen werkt verweerder voldoende voortvarend aan eisers uitzetting.
7. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 13 mei 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.