8.1Dat de minister ervoor heeft gekozen om de Richtlijn ruimhartig toe te passen, betekent niet dat hij meer groepen tijdelijke bescherming moet bieden dan hij nu heeft gedaan. De minister heeft bij het toepassen van de facultatieve bepaling zoals artikel 2, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit beslissingsruimte, zolang hij het doel en nuttig effect van de Richtlijn niet in gevaar brengt. De minister heeft de peildatum al verruimd ten opzichte van het Uitvoeringsbesluit. Dat eiseres nog steeds buiten de verruiming valt en dat zij ook anderszins niet onder de verruimde doelgroepen van de tijdelijke bescherming valt, maakt dat niet anders. Weliswaar wordt eiseres net als andere Oekraïners door de oorlog enorm geraakt en kan zij net als hen niet naar haar land terugkeren, maar dit maakt niet dat de minister gehouden is om ook mensen als eiseres tijdelijke bescherming te bieden op grond van de Richtlijn. Inherent aan het stellen van voorwaarden om onder het bereik van de Richtlijn te vallen, is dat er gevallen zijn die buiten het bereik ervan zullen vallen. Dit geldt niet alleen voor eiseres, maar ook voor andere Oekraïners die al vóór de peildatum uit Oekraïne zijn vertrokken. Het doel en nuttig effect van de Richtlijn worden hiermee niet in gevaar gebracht. Eiseres is namelijk geen ontheemde in de zin van het Uitvoeringsbesluit, omdat zij niet vertrokken is door de militaire invasie, maar al eerder om andere redenen (i.v.m. werk). Dat eiseres nu niet kan terugkeren naar Oekraïne vanwege de oorlog, laat onverlet dat zij niet om die reden destijds op 31 oktober 2021 naar Polen is gegaan. Eiseres is daarom niet ontheemd geraakt als gevolg van de militaire invasie zoals bedoeld in het Uitvoeringsbesluit. Zij valt juridisch gezien ook niet onder de definitie van “ontheemden”, zoals gegeven in artikel 2, aanhef en onder c, van de Richtlijn. De minister heeft terecht in het bestreden besluit gesteld dat de beschermingsbehoefte van eiseres kan worden beoordeeld in de asielprocedure.
9. Voor zover eiseres meent dat zij bij terugkeer naar haar land van herkomst te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zijn er ook andere beschermingsmogelijkheden, te weten het doorlopen van de asielprocedure. In die procedure kunnen die beschermingsbehoefte afdoende worden beoordeeld. Dit is naar het oordeel van de rechtbank niet onevenredig bezwarend voor eiseres. Het doorlopen van een asielprocedure is de (hoofd)regel voor vreemdelingen die stellen te vrezen te hebben voor vervolging of ernstige schade. De beroepsgrond slaagt niet.
10. Eiseres voert verder aan dat de minister een belangenafweging moet maken en niet louter een beslissing kan nemen op grond van de in- en uitreisstempels in het paspoort. Ter onderbouwing hiervan verwijst eiseres naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond van 31 maart 2023.De minister heeft volgens eiseres geen rekening gehouden met de bijzondere feiten en omstandigheden waarin zij verkeert.
11. Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister is – anders dan eiseres kennelijk veronderstelt – op grond van de Richtlijn niet verplicht om een belangenafweging te maken bij de vraag of hij eiseres, ondanks dat zij niet aan de voorwaarden voldoet, toch tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn moet bieden. Dat gaat naar het oordeel van de rechtbank in tegen het doel van de Richtlijn, namelijk bescherming van ontheemden in de zin van Richtlijn, als gevolgd van het gewapend conflict in Oekraïne. Bovendien kan de verwijzing naar de uitspraak van 31 maart 2023 eiseres niet baten, omdat in die zaak door het besluit eerder ontstane/toegekende rechten kwamen te vervallen. Daar is in het geval van eiseres geen sprake van.
Is het bestreden besluit zorgvuldig genomen?
12. Eiseres voert aan dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Daarnaast hanteert de minister een onjuiste werkwijze, door stukken die in zijn bezit te zijn, op te vragen bij eiseres. Eiseres heeft op zitting aangevoerd dat de minister vervolgens de opgevraagde stukken niet kenbaar bij beoordeling heeft betrokken.
13. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het staat de minister vrij om stukken op te vragen die hij van belang acht. De minister heeft in dit geval verzocht om nadere informatie, die voor eiseres zou kunnen uitmaken of zij wel of niet onder de werkingssfeer van de Richtlijn valt. Eiseres heeft die stukken vervolgens aangeleverd. Voor zover eiseres betoogt dat de minister naar aanleiding van de stukken een belangenafweging dient te maken, wordt eiseres niet gevolgd in dat betoog, zoals onder 11 ook staat. Omdat eiseres niet onder de werkingssfeer van de Richtlijn valt, was de minister niet gehouden om die stukken verder bij de beoordeling te betrekken. Het bestreden besluit is daarom niet onzorgvuldig voorbereid.