ECLI:NL:RBDHA:2025:8058
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tijdelijke bescherming Oekraïense onderdaan vanwege vertrek voor peildatum
Eiseres, een Oekraïense onderdaan, verzocht om tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. Haar aanvraag werd door de minister afgewezen omdat zij Oekraïne al op 31 oktober 2021 had verlaten, vóór de door de minister gehanteerde peildatum van 26 november 2021. De rechtbank bevestigt dat de Richtlijn niet van toepassing is op Oekraïners die vóór deze datum zijn vertrokken, aangezien zij niet als ontheemden door het gewapend conflict worden beschouwd.
Eiseres betoogde dat het onevenredig bezwarend is dat zij geen bescherming krijgt, omdat het nu onveilig is om terug te keren naar Oekraïne. De rechtbank oordeelt dat de Richtlijn niet voorziet in bescherming voor personen die om andere redenen dan het conflict zijn vertrokken en dat de beschermingsbehoefte van eiseres kan worden beoordeeld via de reguliere asielprocedure.
Verder stelde eiseres dat de minister een belangenafweging had moeten maken en dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid. De rechtbank wijst deze gronden af, stellende dat de minister binnen zijn beleidsruimte heeft gehandeld en dat het opvragen van stukken en de beoordeling daarvan adequaat zijn verlopen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter D. Bruinse Pot en griffier S. Rashid op 7 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.