ECLI:NL:RBDHA:2025:8058

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 mei 2025
Publicatiedatum
9 mei 2025
Zaaknummer
NL24.266
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382Art. 2 UitvoeringsbesluitArt. 7 Richtlijn 2001/55/EGArt. 3.9a VV 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag tijdelijke bescherming Oekraïense onderdaan vanwege vertrek voor peildatum

Eiseres, een Oekraïense onderdaan, verzocht om tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. Haar aanvraag werd door de minister afgewezen omdat zij Oekraïne al op 31 oktober 2021 had verlaten, vóór de door de minister gehanteerde peildatum van 26 november 2021. De rechtbank bevestigt dat de Richtlijn niet van toepassing is op Oekraïners die vóór deze datum zijn vertrokken, aangezien zij niet als ontheemden door het gewapend conflict worden beschouwd.

Eiseres betoogde dat het onevenredig bezwarend is dat zij geen bescherming krijgt, omdat het nu onveilig is om terug te keren naar Oekraïne. De rechtbank oordeelt dat de Richtlijn niet voorziet in bescherming voor personen die om andere redenen dan het conflict zijn vertrokken en dat de beschermingsbehoefte van eiseres kan worden beoordeeld via de reguliere asielprocedure.

Verder stelde eiseres dat de minister een belangenafweging had moeten maken en dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid. De rechtbank wijst deze gronden af, stellende dat de minister binnen zijn beleidsruimte heeft gehandeld en dat het opvragen van stukken en de beoordeling daarvan adequaat zijn verlopen.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter D. Bruinse Pot en griffier S. Rashid op 7 mei 2025.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.266

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2025 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. I. Özkara),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] ,
(gemachtigde: mr. D. Post).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor verblijf in Nederland op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (Richtlijn). [2]
1.1.
De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 4 november 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 december 2023 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2. De rechtbank heeft het beroep op 13 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. S. Raissi, als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt het besluit van de minister dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
4. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Toetsingskader
5. De Raad van de Europese Unie heeft op 4 maart 2022 besloten de Richtlijn van toepassing te verklaren op ontheemden uit Oekraïne. Daartoe is een Uitvoeringsbesluit vastgesteld. [3] Daarin is vastgelegd welke ontheemden tijdelijke bescherming kunnen krijgen. Dat zijn onder andere Oekraïense onderdanen die vóór 24 februari 2022 in Oekraïne verbleven. [4] Lidstaten kunnen het Uitvoeringsbesluit ook toepassen op andere categorieën ontheemden. [5] Deze keuzemogelijkheid wordt de facultatieve bepaling genoemd.
6. De minister heeft gebruikgemaakt van deze facultatieve bepaling door tijdelijke bescherming toe te kennen aan Oekraïners die Oekraïne na 26 november 2021 zijn ontvlucht of die in de periode van 27 november 2021 tot en met 23 februari 2022 naar het grondgebied van de Europese Unie zijn gereisd. [6] De minister heeft deze keuze toegelicht in een brief van 30 maart 2022. [7] Hieruit volgt dat de minister heeft besloten om de Richtlijn ook van toepassing te verklaren op ontheemden die Oekraïne op of na 27 november 2021 hebben verlaten vanwege de toenemende spanningen of die zich net vóór die datum op het grondgebied van de Unie bevonden (bijvoorbeeld voor vakantie of werk) en die als gevolg van het gewapende conflict niet naar Oekraïne kunnen terugkeren. Voor het bepalen van deze datum is aangesloten bij de visumvrije termijn van Oekraïners, namelijk 90 dagen. Oekraïners die vóór 27 november 2021 elders in Europa verbleven vallen niet onder de Richtlijn.
Is de Richtlijn van toepassing op eiseres?
7. Eiseres voert aan dat zij aanspraak kan maken op bescherming en verblijfsrecht in Nederland op grond van de Richtlijn. Het doel van de Richtlijn is het beschermen van alle Oekraïners die het land zijn ontvlucht. Eiseres meent dat zij ontheemd is en tot de doelgroep behoort omdat ze niet kan terugkeren naar Oekraïne. Eiseres heeft de Oekraïense nationaliteit en het is op dit moment onveilig om terug te keren. Het weigeren van de tijdelijke bescherming is daarom onevenredig bezwarend voor haar. Eiseres betoogt dat het niet de bedoeling kan zijn dat zij eerst moet terugkeren naar Oekraïne alvorens zij een geslaagd beroep kan doen op de Richtlijn. Bovendien geeft het Ministerie van Buitenlandse zaken aan dat de kleurcode van het reisadvies voor heel Oekraïne rood is. Dat betekent dat het gevaarlijk is om daar naartoe te reizen.
8. Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister terecht dat de Richtlijn niet van toepassing is op eiseres. Eiseres is op 31 oktober 2021 vanuit Oekraïne naar Polen gereisd in verband met haar werk. Gelet op wat onder 6 staat, stelt de rechtbank vast dat uit artikel 3.9a van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 volgt dat de Richtlijn niet ziet op Oekraïense onderdanen die al vóór 26 november 2021 uit Oekraïne zijn vertrokken. Zij kunnen worden geacht hun hoofdverblijf elders te hebben, zodat zij ook niet “ontheemd” zijn. Voor zover eiseres op zitting heeft betoogd dat een nieuw recht ontstaat wanneer men van Polen naar Nederland reist, gaat dit naar het oordeel van de rechtbank niet op, omdat de regeling ziet op Oekraïners die naar het grondgebied van de Europese Unie, waartoe Polen ook behoort, zijn gereisd. Voor zover eiseres aanvoert dat het onevenredig bezwarend is om terug te keren naar Oekraïne, stelt de rechtbank vast dat het bestreden besluit geen terugkeerbesluit is. Dit betekent dat de minister eiseres niet opdraagt om terug te keren naar Oekraïne.
8.1
Dat de minister ervoor heeft gekozen om de Richtlijn ruimhartig toe te passen, betekent niet dat hij meer groepen tijdelijke bescherming moet bieden dan hij nu heeft gedaan. De minister heeft bij het toepassen van de facultatieve bepaling zoals artikel 2, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit beslissingsruimte, zolang hij het doel en nuttig effect van de Richtlijn niet in gevaar brengt. De minister heeft de peildatum al verruimd ten opzichte van het Uitvoeringsbesluit. Dat eiseres nog steeds buiten de verruiming valt en dat zij ook anderszins niet onder de verruimde doelgroepen van de tijdelijke bescherming valt, maakt dat niet anders. Weliswaar wordt eiseres net als andere Oekraïners door de oorlog enorm geraakt en kan zij net als hen niet naar haar land terugkeren, maar dit maakt niet dat de minister gehouden is om ook mensen als eiseres tijdelijke bescherming te bieden op grond van de Richtlijn. Inherent aan het stellen van voorwaarden om onder het bereik van de Richtlijn te vallen, is dat er gevallen zijn die buiten het bereik ervan zullen vallen. Dit geldt niet alleen voor eiseres, maar ook voor andere Oekraïners die al vóór de peildatum uit Oekraïne zijn vertrokken. Het doel en nuttig effect van de Richtlijn worden hiermee niet in gevaar gebracht. Eiseres is namelijk geen ontheemde in de zin van het Uitvoeringsbesluit, omdat zij niet vertrokken is door de militaire invasie, maar al eerder om andere redenen (i.v.m. werk). Dat eiseres nu niet kan terugkeren naar Oekraïne vanwege de oorlog, laat onverlet dat zij niet om die reden destijds op 31 oktober 2021 naar Polen is gegaan. Eiseres is daarom niet ontheemd geraakt als gevolg van de militaire invasie zoals bedoeld in het Uitvoeringsbesluit. Zij valt juridisch gezien ook niet onder de definitie van “ontheemden”, zoals gegeven in artikel 2, aanhef en onder c, van de Richtlijn. De minister heeft terecht in het bestreden besluit gesteld dat de beschermingsbehoefte van eiseres kan worden beoordeeld in de asielprocedure.
9. Voor zover eiseres meent dat zij bij terugkeer naar haar land van herkomst te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zijn er ook andere beschermingsmogelijkheden, te weten het doorlopen van de asielprocedure. In die procedure kunnen die beschermingsbehoefte afdoende worden beoordeeld. Dit is naar het oordeel van de rechtbank niet onevenredig bezwarend voor eiseres. Het doorlopen van een asielprocedure is de (hoofd)regel voor vreemdelingen die stellen te vrezen te hebben voor vervolging of ernstige schade. De beroepsgrond slaagt niet.
Belangenafweging
10. Eiseres voert verder aan dat de minister een belangenafweging moet maken en niet louter een beslissing kan nemen op grond van de in- en uitreisstempels in het paspoort. Ter onderbouwing hiervan verwijst eiseres naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond van 31 maart 2023. [8] De minister heeft volgens eiseres geen rekening gehouden met de bijzondere feiten en omstandigheden waarin zij verkeert.
11. Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister is – anders dan eiseres kennelijk veronderstelt – op grond van de Richtlijn niet verplicht om een belangenafweging te maken bij de vraag of hij eiseres, ondanks dat zij niet aan de voorwaarden voldoet, toch tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn moet bieden. Dat gaat naar het oordeel van de rechtbank in tegen het doel van de Richtlijn, namelijk bescherming van ontheemden in de zin van Richtlijn, als gevolgd van het gewapend conflict in Oekraïne. Bovendien kan de verwijzing naar de uitspraak van 31 maart 2023 eiseres niet baten, omdat in die zaak door het besluit eerder ontstane/toegekende rechten kwamen te vervallen. Daar is in het geval van eiseres geen sprake van.
Is het bestreden besluit zorgvuldig genomen?
12. Eiseres voert aan dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Daarnaast hanteert de minister een onjuiste werkwijze, door stukken die in zijn bezit te zijn, op te vragen bij eiseres. Eiseres heeft op zitting aangevoerd dat de minister vervolgens de opgevraagde stukken niet kenbaar bij beoordeling heeft betrokken.
13. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het staat de minister vrij om stukken op te vragen die hij van belang acht. De minister heeft in dit geval verzocht om nadere informatie, die voor eiseres zou kunnen uitmaken of zij wel of niet onder de werkingssfeer van de Richtlijn valt. Eiseres heeft die stukken vervolgens aangeleverd. Voor zover eiseres betoogt dat de minister naar aanleiding van de stukken een belangenafweging dient te maken, wordt eiseres niet gevolgd in dat betoog, zoals onder 11 ook staat. Omdat eiseres niet onder de werkingssfeer van de Richtlijn valt, was de minister niet gehouden om die stukken verder bij de beoordeling te betrekken. Het bestreden besluit is daarom niet onzorgvuldig voorbereid.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Bruinse Pot, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Rashid, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
2.Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
3.Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Pro Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan.
4.Artikel 2, eerste lid en onder a, van het Uitvoeringsbesluit.
5.Artikel 7, eerste lid, van de Richtlijn en artikel 2, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit.
6.Artikel 3.9a, eerste lid, onder a, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV 2000), gelezen in samenhang met artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit (Stcrt. 2022, nr. 22623).
7.TK 2021-2022, 19 637, nr. 2839. Zie ook TK 2021-2022, 19 637, nr. 2945.